Amstelveen,
08
juli
2015
|
10:12
Europe/Amsterdam

Anticiperen op nieuw stelsel ziekte en arbeidsongeschiktheid

door Gaston Merckelbagh, algemeen directeur van VSZ Assuradeuren

Samenvatting

Het huidige stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid is onhoudbaar. Het kabinet erkent dat het bij de WGA anders moet en hint op wijziging van de premiestelling bij UWV. Ook op andere punten brokkelt het draagvlak echter in hoog tempo af. Daarom is het interessant om de contouren te verkennen van een nieuw stelsel waar wél iedereen gelukkig van wordt. Maar bovenal is mijn oproep richting adviseurs niet afwachten, maar juist nu in actie te komen.

Gaston Merckelbagh
De overheid heeft (eindelijk) een robuust stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zonder ongewenste premieprikkels, maar mét focus op schadelastbeheersing, meer gelijkheid tussen vast en flex én meer mensen aan het werk.
Gaston Merckelbagh

Twee jaar na de invoering van de Bezava zwelt de kritiek op het Nederlandse sociale stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid steeds verder aan. Werkgevers willen af van twee jaar loondoorbetaling en re-integratieverantwoordelijkheid, en met name het MKB smacht naar betere ondersteuning bij beheersing van de financiële risico’s. Onderzoekers plaatsen grote vraagtekens bij de meerwaarde en kostenefficiëntie van de huidige verdeling van lasten en verantwoordelijkheden. Van het hybride WGA-stelsel staat na kritische oordelen van het Koninklijk Actuarieel Genootschap en de Commissie Verzekeraars vast dat het hopeloos uit balans is.

Het kabinet gaat ingrijpen

Dit laatste heeft minister Asscher (SZW) inmiddels ook erkend. Mede onder druk van de verzekeraars stelde hij de samenvoeging van WGA-vast en WGA-flex met één jaar uit tot 1 januari 2017. Onlangs kondigde de bewindsman aan dat hij vóór de zomer met plannen komt om het evenwicht te verbeteren. Eerste gedachte: aanpassing van de premiestelling bij UWV.

Welke andere maatregelen de minister nog uit de hoge hoed gaat toveren, blijft vooralsnog duister. Hij heeft een reactie op alle kritiekpunten van de actuarissen beloofd. Op zijn verzoek heeft het Centraal Planbureau berekend wat het kost om de loondoorbetaling met een jaar te verminderen. Het is heel goed mogelijk dat het niet bij een gewijzigde premiestelling blijft: een hoopvol vooruitzicht. Wie de fundamentele kritiek- en knelpunten overziet, moet constateren dat het gehele stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid toe is aan een heroverweging.

Tijd voor een verkenning

Goed adviseren is vooruitzien. Het is interessant om de contouren te verkennen van een robuust stelsel dat wél draagvlak heeft. Een stelsel waar iedereen gelukkig van wordt, omdat iedereen er beter van wordt. Een illusie? Allerminst. De huidige wet- en regelgeving biedt diverse aanknopingspunten voor verfijning en verbetering:

  • De Ziektewet kent na één jaar een keuring op geschiktheid voor gangbare arbeid. Die leidt in 40% van de gevallen tot directe hersteldmelding.
  • De huidige systematiek van schadetoerekening in het hybride stelsel voor de WGA bevordert terugstappen naar publiek, en leidt bij werkgevers tot calculerend premiegedreven gedrag.
  • Eigenrisicodragers WGA die hebben gekozen voor een conventionele verzekering, hebben verplicht ook hun toekomstige risico’s afgedekt.
  • Het UWV is nu zowel keurings- als uitvoeringsinstantie. Verder voert het werkzaamheden uit voor zowel privaat als publiek verzekerden.

De werkgever als middelpunt

Ieder effectief en houdbaar stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid plaatst de werkgever in het middelpunt. Werkgever is de enige die daadwerkelijk loonwaarde kan creëren. Verder moet zo’n stelsel er in zijn geheel op zijn gericht om zoveel mogelijk van zulke loonwaarde te creëren. Hiertoe moet het schadebeperking door succesvolle re-integratie daadwerkelijk voorop stellen; hoe de werkgever de financiële risico’s afdekt, mag geen invloed hebben. Waar voor een individuele werkgever het risico te groot is, zullen verzekeringsoplossingen uitkomst moeten bieden.

pdf icon

Infinance: Anticiperen op nieuw stelsel

08
jul
2015
(pdf)

Contouren van een houdbaar stelsel

Tot zover de eisen, nu de invulling. Stel dat wij zelf aan de knoppen mochten zitten. Dan zou ik om te beginnen per 1 januari 2017 alle werkgevers verplicht Eigenrisicodrager voor de Ziektewet maken. Stel verder dat we de loondoorbetalingsplicht van de werkgever bij zowel vast als flexibel personeel vaststellen op één jaar. Dat we het hybride WGA-stelsel handhaven en WGA-vast en WGA-flex koppelen. Dat we verzekeraars meer mogelijkheden geven om op eigen initiatief re-integratie-instrumenten in te zetten. Dat we de WIA voorzien van een herbeoordeling na twee jaar, en de huidige Poortwachterwetgeving voor het tweede ziektejaar zoveel mogelijk overnemen in het eerste WGA-jaar. Dat we de IVA handhaven als een aparte regeling. Dat we de WGA (toerekening) verkorten naar vijf jaar, als er meestal een stabiele situatie is ontstaan. Dat we een sanctie van maximaal nog eens vijf jaar (toerekening) introduceren als er te weinig aan re-integratie is gedaan, en die opleggen aan de partij die de verantwoordelijkheid heeft genomen (eigenrisicodrager of verzekeraar). En tot slot: dat UWV publieke WGA-uitkeringen bij grote werkgevers direct en volledig doorbelast, bij middelgrote volgens een glijdende schaal en bij kleine via een collectieve premie. Als we dit allemaal doorvoeren, is dit het nieuwe stroomschema voor ziekte en arbeidsongeschiktheid:

Nieuw stroomschema ziekte en arbeidsongeschiktheid

Eerste ziektejaar

Loondoorbetaling door werkgever, bij zowel vast als flexibel personeel.

Na één jaar verzuim

Entreekeuring WIA, conform huidige jaarkeuring Ziektewet.

Na twee jaar verzuim

(dus na één jaar WGA)

Keuring door UWV: beoordeling uitvoering Poortwachterplichten in het eerste WGA-jaar. Geldboete bij onvoldoende inspanningen.

Na vier jaar verzuim

(nu ca. einde loongerelateerde WGA-uitkering)

Keuring gericht op het creëren van loonwaarde.

Na zes jaar

Entreekeuring voor de collectieve variant van de WGA. Bij onvoldoende inspanningen verlenging van de WGA-uitkering met maximaal vijf jaar.

Afwikkeling en toerekening schade

Hoe moet het dan met de afwikkeling van huidige en de toerekening van toekomstige schade, hoor ik u zeggen. Nou, denkt u maar mee: ziekte die vóór 1 januari 2017 is ontstaan, kunnen we afwikkelen en individueel toerekenen volgens de huidige systematiek van de Werkhervattingskas (Whk). Dit betekent dat de laatste instroom in de ‘oude’ regeling plaatsvindt in 2018. De afwikkeling van deze ‘oude’ regeling loopt door tot en met 2028. Van het jaar 2018 maken we een overgangsjaar. Hierdoor krijgen uittreders voor de publieke schade van vóór 1 januari 2017 een uitgroeipremie Whk-ZW.

Over uittreden gesproken: wie vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager wordt, zou wat mij betreft zijn ‘oude’ schade niet mee moeten nemen in het private bestel. Deze WGA en ZW-uitkeringen gerelateerd aan een ziektedatum van vóór 1-1-2017 wikkelen we volgens de huidige Whk-systematiek af tot maximaal 2028. Uitkeringen die in de nieuwe regeling zijn ontstaan (WGA-uitkeringen gerelateerd aan een ziektedatum na 1-1-2017), nemen de uitstappers wel gewoon mee. Hetzelfde geldt bij terugstappen in het publieke bestel: hierbij berekenen we de individuele publieke premie van de werkgever over de meekomende schade. Verzekeraar en UWV verrekenen de reservering die de private verzekeraar heeft opgebouwd voor de toekomstige schade die nu niet meer voor zijn rekening komt. Hiervoor stellen we vaste regels op.

Beter voor iedereen

Van zo’n stelsel worden alle betrokken partijen beter. Werkgevers profiteren van 1 jaar korter loon doorbetalen en geringere toerekening van WGA-schade, krijgen meer ruimte voor uitbesteding van re-integratie in het tweede jaar en zien hun ‘lock-up’ in het hybride stelsel WGA doorbroken. Werknemers krijgen te maken met een wettelijk ontslagmoment na 1 in plaats van na 2 jaar, maar de wettelijke normen voor inkomen bij ziekte blijven intact en gelijk. UWV behoudt zijn positie als keuringsinstantie en gaat zelfs fors meer keuringen verrichten; het keert voor ruim € 1 miljard minder uitkeringen uit, maar verder verandert er in de uitvoering niet veel. Verzekeraars krijgen meer sturing en grip op re-integratie en uitkeringslasten, kunnen op gelijke voet concurreren met UWV bij de WGA en zien hun marktpotentie per saldo toenemen met € 245 miljoen. En de overheid, ten slotte, heeft (eindelijk) een robuust stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Zonder ongewenste premieprikkels, maar mét focus op schadelastbeheersing, meer gelijkheid tussen vast en flex én meer mensen aan het werk.

Zorg dat u klaar bent voor wat komt

Helaas zitten u en ik niet aan de knoppen. We zullen dus moeten afwachten waar de minister mee komt. Maar dit betekent niet dat u als adviseur achterover kunt leunen. Hoe de voorstellen van Asscher er straks ook mogen uitzien, het is uiterst onwaarschijnlijk dat hij de integratie van WGA-vast en WGA-flex ineens van tafel haalt. Daarmee is en blijft het organiseren van grip op het flexrisico de komende periode cruciaal. Wacht dus niet af. Adviseurs dienen juist nu aan de slag met het inventariseren hoeveel werknemers met een tijdelijk contract hun relaties in dienst hebben, opvragen van Whk beschikkingen 2014 – 2015 / 2016 die werkgevers van de fiscus hebben / gaan ontvangen en controleer die. Bereken de omvang van de risico’s. Want u en ik mogen weliswaar niet zelf aan de knoppen zitten, het is wel zaak om klaar te zijn voor wat komt als de minister dat eenmaal heeft gedaan.